Afdrukken met eigen printer: de referentie print .
Druk het bestand
referentie.tif op uw printer af zonder dat u iets aan het origineel hebt
gewijzigd. Vergelijk de afdruk met de referentieafdruk op het scherm. Let er
op, dat de verlichting daarbij voldoende helder en neutraal is. Pas daarna de
instellingen van de printer, of de printersoftware instellingen zo aan dat de
grootst mogelijke overeenkomst met het referentiebeeld ontstaat.
Verander hierbij niets aan de
instellingen van het bestand, maar alleen aan de printerinstellingen of gebruik
eventueel een printerprofiel. Herhaal dit voor elke gewenste soort afdruk
waarmee u gaat werken (papiersoorten, afdrukkwaliteit, printerresolutie). Leg
de gevonden instellingen in de printersoftware vast of, indien niet mogelijk,
noteer de gevonden instellingen voor later gebruik.
Stel uw prioriteiten.
Afbeeldingen die met verschillende technieken tot stand komen, zullen nooit
helemaal identiek zijn. In het bijzonder de weergave van sterk verzadigde,
volle kleuren hangt zeer van de gebruikte kleurstoffen en technieken af.
Concentreer u dus op de beeldelementen die voor u van belang zijn bijvoorbeeld
huidtinten, neutrale grijstinten, hemelsblauw of groentinten.
Beeldbewerkingprogramma's,
zoals bijvoorbeeld Adobe Photoshop, veranderen de afbeeldingen bij het openen
met behulp van een kleurprofiel. Open het bestand in dat geval met een S-RGB
monitorprofiel respectievelijk zonder enige kleurverandering.